Brussel liet voor het eerst van zich horen in de 10de eeuw, toen een
eerste stadskern zich tussen de eilanden van de Zenne vormde. Vanaf 1100 werd rondom deze kern een
omwalling gebouwd en binnen die muren zagen de eerste kerken en hospitalen het licht. Vanaf 1229 verkreeg de stad een zekere vorm van
autonomie, onder de vorm van een handvest van de hertog van Brabant. Langzaamaan evolueerde
Brussel in de richting van grootstad van het
hertogdom Brabant. Na een korte bezetting door de hertog van Vlaanderen bevrijdde
Everaert ’t Serclaes de stad en hij wordt hier tot op vandaag nog steeds om vereerd.
Vanaf het einde van de 14de eeuw kwam Brussel economisch in
verval. Toch bleven hertogen investeren in de ontwikkeling van de stad en werden onder meer het
stadhuis en het
paleis op de Koudenberg gebouwd. Brussel bloeide als
hoofdstad van de Nederlanden dankzij de aanwezigheid van de centrale overheidsinstellingen.
In 1695 werd de
Grote Markt echter vernield tijdens een inval van de Franse koning Lodewijk XIV. Enkel het stadhuis overleefde de vernielingen. De heropbouw nadien toverde het marktplein om tot een parel van de barokarchitectuur die tot op vandaag intact gebleven is.
De 18de en 19de eeuw waren een vrij rustige en voorspoedige periode voor Brussel. De
infrastructuur werd verder uitgebouwd, met onder meer het Martelarenplein en het
Koningsplein. Van hoofdstad van het land degradeerde Brussel in 1789 tot hoofdplaats van een departement en in 1800 telde de stad amper 70 000 inwoners. Brussel stond mee aan de wieg van de
Belgische onafhankelijkheidsstrijd die uiteindelijk in 1830 in de onafhankelijkheid van België uitmondde. Een van de eerstvolgende mijlpalen was de oprichting van de
Université Libre de Belgique in 1834. Ook de architecturale uitbreiding van de stad groeide exponentieel. Aan het einde van de 19de eeuw telde Brussel zo’n 200 000 inwoners en het begin van de 20ste eeuw gaf de aanzet voor infrastructuurwerken die het uitzicht van de stad drastisch veranderden, met onder meer de Noord-Zuidverbinding.
Aan het begin van de 21ste eeuw is Brussel, als
hoofdstad van België én Europa een
grootstad van formaat met haar vele internationale instellingen. Ook de samenstelling van de inwoners gooit hoge ogen, want met een bevolking waarvan zo’n 25% immigranten zijn, is Brussel een toonvoorbeeld van
multiculturaliteit.